Statuten

Statuten Stichting Atelier van Peppen

Artikel 1 – Naam, zetel en duur

  1. De stichting is genaamd: Stichting Atelier van Peppen

  2. Zij is gevestigd te Bergen op Zoom

  3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd

  4. De stichting is ingeschreven in het register van de Kamer van Koop handel te Breda

Artikel 2 – Doel

  1. Het doel van de stichting is: het ondersteunen en mogelijk maken van kunstprojecten, tentoonstellingen, exposities en het verrichten van alle verdere handelingen, die hiermee in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

  2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door projecten te ontwikkelen, financieren en faciliteren.

Artikel 3 – Vermogen

Het vermogen van de stichting kan worden gevormd door:

  1. bijdragen van hen, die met het doel van de stichting sympathiseren;

  2. bijdragen van degenen in wiens belang de stichting werkzaam is;

  3. subsidies;

  4. erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen;

  5. opbrengsten van activiteiten van de stichting;

  6. alle andere baten.

Artikel 4 – Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal bestuurders met een minimum van drie bestuurder(s).

  2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

  3. De bestuurders worden benoemd voor een periode van vijf jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar, maar maximaal vier maal.

  4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.

  5. Het bestuur kan aan een of meer bestuurders een beloning toekennen. Alle bestuurders hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

Artikel 5 – Bestuur: taak en bevoegdheden

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

  2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders.

  3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde

  4. bestuurders.

  5. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

Artikel 6 – Bestuur: vergaderingen

  1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland op de plaats als bij de oproeping is bepaald.

  2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast wordt per kwartaal nog één vergadering gehouden.

  3. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden door middel van audio- of videocommunicatie.

  4. Ook wordt er een vergadering gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe de oproeping doet.

  5. De oproeping tot een vergadering moet ten minste zeven dagen tevoren gebeuren. De dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. De oproeping kan door middel van een oproepingsbrief of langs elektronische weg.

  6. Een oproeping vermeldt, de plaats en het tijdstip van de vergadering en de te behandelen onderwerpen.

  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.

  8. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.

  9. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.

Artikel 7- Besluitvorming

  1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.

  2. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

  3. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

  4. Besluiten van het bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen. Dat kan ook langs elektronische weg. Bij het nemen van een besluit op deze wijze moeten alle bestuursleden in het te nemen besluit gekend zijn.

  5. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.

  6. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  7. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

  8. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.

Artikel 8 – Bestuur: defungeren

Een bestuurder defungeert:

  1. door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan;

  2. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

  3. door zijn aftreden;

  4. door ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders;

  5. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 9 – Vertegenwoordiging

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders.

  3. Tegen een handelen in strijd met artikel 5 kan tegen derden beroep worden gedaan.

  4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 10 – Boekjaar en jaarstukken

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen. Het bestuur is bevoegd deze termijn eenmalig te verlengen met een periode van vier maanden. De balans en de staat van baten en lasten worden onderzocht door een door het bestuur aangewezen accountant dan wel een andere onafhankelijke deskundige. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek.

  4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

  5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere _

gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Artikel 11 – Reglement

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.

  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

  3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.

  4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van toepassing.

Artikel 12 – Statutenwijziging

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden.

  3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

Artikel 13 – Ontbinding en vereffening

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

  2. Een besluit tot ontbinding moet met algemene stemmen worden aangenomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

  3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het

    liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld.

  4. Na ontbinding regelen de bestuurders de vereffening, tenzij bij het besluit tot

    ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.

  5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.